Zondag 15 maart 2020, de coronacrisis neemt inmiddels grote vormen aan. De aangekondigde persconferentie staat op het punt van beginnen. Ik ben al een uur aan het brainstormen over aanvullende maatregelen die aangekondigd zullen gaan worden. Gaan de scholen dicht? Kan ik überhaupt wel thuiswerken als dit zou moeten?

Terwijl de minister van Onderwijs en de minister van Volksgezondheid ten tonele verschijnen, zie ik ook een vrouw het podium op komen. Een vrouw met donkerbruin haar. Ze gaat aan de zijkant van het podium staan, maar ze is wel prominent in beeld. Ik herken haar, zij tolkt af en toe bij het Jeugdjournaal. Mijn man vraagt zich hardop af waarom zij ook op het podium staat. Voordat ik antwoord kan geven, krijgt hij het antwoord al via de televisie. Hij kijkt met verbazing naar haar vloeiende gebaren die volgen op de stemmen van de sprekers.

Ik ben blij dat deze dame er is en vol overgave tolkt. Nu zien tenminste bijna alle horende Nederlanders hoe communicatie via gebarentaal verloopt. De sociale mediakanalen ontploffen nadat deze vrouw, Irma Sluis, het gebaar voor ‘hamsteren’ heeft gemaakt. Ook in de dagen en weken daarna is Nederland in de ban van het fenomeen ‘tolk gebarentaal’ en is er veel aandacht voor de bijbehorende communicatievorm.

 

Help, ik ken maar acht gebaren…

Zelf kwam ik ook pas ruim een half jaar eerder in aanraking met de Nederlandse Gebarentaal (NGT). In augustus 2019 startte ik met mijn nieuwe baan als logopedist op het Auris College in Rotterdam, een VSO-school voor leerlingen met cluster 2-problematiek. Een aanzienlijk deel van de leerlingen op onze school is slechthorend of doof, waardoor communicatie met deze leerlingen voornamelijk via gebaren gaat. Sommige leerlingen zijn afhankelijk van de NGT, maar veel leerlingen kunnen prima les volgen met behulp van solo-apparatuur en NmG (Nederlands met Gebaren).

Tijdens mijn opleiding tot logopedist zijn bovenstaande begrippen wel voorbijgekomen, maar is er weinig onderwijstijd besteed aan het daadwerkelijk gebruiken van de NGT en NmG. Ook toen ik mijn masteropleiding volgde, kwam ik het woord ‘gebarentaal’ slechts mondjesmaat tegen. Hoe anders was het toen ik op sollicitatiegesprek ging bij het Auris College. Terwijl ik naar binnen liep, zag ik al een paar leerlingen driftig gebarend bij de kluisjes staan. Tijdens het gesprek werd mij gevraagd hoe mijn gebaarvaardigheid was. Ik moest schoorvoetend toegeven dat ik slechts een paar gebaren geleerd had tijdens mijn logopedie-opleiding. Nadien vroeg de logopedist of ik haar na wilde doen bij het vingerspellen van het handalfabet. Ik schaamde me: ik had beschreven dat ik ten zeerste bereid was om mijn kennis over en vaardigheid van NmG en de NGT uit te breiden, maar ik had zelfs moeite om een ‘F’ te vingerspellen. De gedachte spookte al door mijn hoofd: ‘nou ja, dat gaat ‘m waarschijnlijk niet worden…’. Gelukkig konden mijn gesprekspartners hier doorheen kijken. De rest is geschiedenis: inmiddels kan ik zeggen dat het mijn directe collega’s zijn. J

de letter N uit het handalfabet.

Aan de slag!

Goed, ik was dus hartstikke blij toen ik hoorde dat ik aangenomen was. Tegelijkertijd wist ik dat ik met dat gebaarniveau niet ver zou komen in het communiceren met dove of slechthorende leerlingen; daar moest dus verandering in komen! Tijdens de introductiedag zag ik twee dove collega’s met elkaar kletsen. Ik vond het spannend om ze te begroeten en om me voor te stellen; ik begreep hen niet en zij zouden mij vast en zeker ook niet begrijpen. Gelukkig viel dat laatste erg mee (ik leerde gelijk dat het mondbeeld essentieel is J) en hielpen mijn horende collega’s met het tolken naar gesproken Nederlands voor me. Er waren ook een paar andere nieuwe(re) collega’s, waardoor ik niet de enige was die het gebarenniveau van een doperwt had. Gedurende de eerste week leerde ik wat eenvoudige gebaren, zowel van collega’s als van leerlingen. Dat gaf me vertrouwen en was het startpunt voor mijn ontdekkingsreis.

 

Ik nam me voor om alle gebaren tot me te nemen; ik wilde namelijk zo snel mogelijk naar een gevorderdenniveau. Al snel bleek dat dit nog lang niet haalbaar was. Stom, ik had beter moeten weten… Mijn teamleider, die tegelijkertijd met mij was gestart, sprong hier gelukkig heel adequaat op in en regelde een gebarencursus voor echte beginners. Deze werd gegeven door een van onze dove collega’s, die de NGT onderwijst aan dove leerlingen. Wat was het fijn om stapsgewijs en heel rustig de gebaren actief in te oefenen! Niet een keer oefenen, niet twee keer oefenen, maar heel vaak oefenen en toepassen – alleen dan krijg je de gebaren pas echt goed onder de knie.

 

Verschil tussen NmG en de NGT

Terwijl ik lekker aan de slag was met het oefenen van de basisgebaren, merkte ik tijdens mijn logopedische werk des te meer dat er veel verschillen zijn tussen NmG en de NGT. Dit wist ik wel vanuit mijn achtergrond, maar nu ervaarde ik zelf pas dat de NGT heel anders in elkaar steekt dan NmG. Het grootste verschil zit ‘m in het feit dat de NGT daadwerkelijk een taal is, met een geheel eigen grammatica en woordenschat. Dit betekent dat de NGT niet gebaseerd is op het gesproken Nederlands en dat het een op zichzelf staande taal is. NmG is dat niet; het is qua opbouw en uitspraak hetzelfde als het gesproken Nederlands, maar dan worden de belangrijkste woorden uit de uiting ondersteund met een bijbehorend gebaar.

De NGT heeft eigen uitdrukkingen, dialecten en grammaticale regels. In de NGT zeg je bijvoorbeeld ‘Kast bal geel aanwezig’ voor de zin ‘De gele bal ligt in de kast’. De woordvolgorde is dus wezenlijk anders, net als het vervoegen van woordsoorten.

 

En toen?

Gedurende het schooljaar 2019-2020 werd mijn gebaarvaardigheid steeds beter, waardoor ik steeds makkelijker een eenvoudig gesprekje kon voeren met gebaarafhankelijke leerlingen en mijn twee dove collega’s. Daarnaast zette ik ook steeds meer gebaren in tijdens mijn groepslessen en individuele behandelingen, waardoor de communicatie met slechthorende en dove leerlingen steeds soepeler verliep.

Tijdens de lockdown sprak ik via Zoom af met mijn leerlingen. Ja, ook met de dove leerlingen. Ik vond het spannend om gebaren te gebruiken achter de computer, maar vanaf de start ging het eigenlijk gelijk al prima. Het was ook leuk om nieuwe gebaren te leren via Zoom, al was het soms ook een uitdaging: als het beeld steeds vastloopt en er vertraging op de verbinding zit, is het lastig om te zien hoe een gebaar precies moet.

 

 

 de letter G uit het handalfabet.

De huidige situatie

Het bekijken van alle persconferenties heeft zeker een positieve invloed gehad op mijn gebaarvaardigheid. Toch leer ik de gebaren vooral door rechtstreeks contact te hebben met slechthorenden/doven of iemand die een hoog gebarenniveau heeft. Daarom ben ik, ook nu, nog steeds erg bezig met het verder verbeteren van mijn gebaarvaardigheid. Ik vraag leerlingen naar een gebaar als ik het gebaar voor een bepaald woord niet weet, ik oefen samen met mijn collega’s de gebaren, ik volg een gebarencursus binnen onze school en ik probeer zo vaak als mogelijk gebaren in te zetten in koffie- en lunchpauzes. Daarnaast ben ik ook op zoek naar een ‘gebarenmaatje’ op Zoom of een ander medium, zodat we via gebarentaal kunnen communiceren met elkaar. Ik vind het fantastisch om bezig te zijn met de NGT/NmG. Hoe gaaf is het dat je je moedertaal kunt ondersteunen met specifieke gebaren of dat je zelfs een geheel andere taal kunt spreken die het woord ‘Nederlands’ bevat?!

 

Ik ben van mening dat je er honderd procent voor moet gaan als je gebarentaal wil leren. Zo werkt het in principe met het leren van iedere vreemde taal op volwassen leeftijd: je moet er iedere dag mee bezig zijn, anders zul je die taal nooit geheel onder de knie krijgen. Nu ben ik gelukkig gezegend met een vrij goed taalmechanisme en –gevoel en een groot enthousiasme om nieuwe talen te leren, waardoor het me geen moeite kost om er tijd in te steken. Ik zie het als een mooie uitdaging die me scherp houdt en die me uiteindelijk een betere professional zal maken. Ik besef me dat mijn NGT- en ook NmG-vaardigheid nooit op het niveau van mijn moedertaal gaat komen, maar ik weet wel dat het me gaat lukken om me communicatief gezien heel goed te redden met behulp van gebaren. Sinds vorig jaar ervaar ik dat communiceren via die weg erg belangrijk is voor doven en slechthorenden: ze hebben het gevoel dat ze er mogen zijn en dat je je best doet om hen te begrijpen. Ik merk ook dat het deuren opent voor leerlingen en mijn dove collega’s: een gesprek in NmG is voor hen al zo prettig; zij begrijpen jou beter, waardoor er echt volwaardige tweezijdige communicatie ontstaat.

Daarom ben ik blij dat de Nederlandse Gebarentaal nu wettelijk erkend is als officiële taal. Dit zorgt er hopelijk voor dat doven en slechthorenden zich meer gewaardeerd en geaccepteerd voelen, iets wat anno 2020 zeer belangrijk is.

O ja, als je niets te doen hebt in de komende maanden of een leuke, nieuwe hobby zoekt: ik kan het je van harte aanraden om een gebarencursus te volgen. J

Mocht je het leuk vinden om met mij contact te hebben over dit onderwerp (ervaringen uitwisselen, reageren op deze blog), schroom dan niet om me te contacteren. Ook als je het leuk zou vinden om samen met mij te communiceren via gebaren, hoor ik het graag van je!

de letter T uit het handalfabet.

 

Ilse de Wal – van Keulen is logopedist, linguïst en docent Communicatie binnen de vmbo-route van het Auris College Rotterdam, een VSO-school voor leerlingen die een intensief onderwijsarrangement cluster 2 hebben gekregen. Daarnaast werkt zij als logopedist op een SBO. Ilse is gek op alles wat met taal, spraak, grammatica en communicatie te maken heeft, waardoor de combinatie van logopedie en linguïstiek perfect bij haar interesses aansluit.

Denk delen en ontvangen, Denk ondersteunen en ondersteuning krijgen, Denk samen sterker…

Denk Wij Logopedisten

 

0 antwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *