Esther:

In de jaren dat ik in de vrije vestiging als logopedist en dyslexiebehandelaar werkte, behandelde ik veel kinderen met TOS en/of dyslexie. Om met dyslectische kinderen te praten over hun problemen had ik de prachtige map  Jesse heeft dyslexie (Molenaar, 2007), en voor kinderen met TOS had ik…… niets. Dat maakte dat ik de psycho-educatie voor deze doelgroep veel minder aandacht gaf, omdat ik het moeilijk vond, en bang was de verkeerde vragen te stellen. Dat knaagde natuurlijk wel, maar belandde op de grote hoop van dingen die ik eigenlijk ook nog wel (beter) zou willen doen.

 

En toen verscheen de Richtlijn Logopedie voor kinderen met Taalontwikkelingsstoornissen (NVLF, 2017) en stond het zwart op wit:

Aanbeveling 14: De logopedist kan naast therapie gericht op de taal en communicatieve vaardigheden, tevens aandacht besteden aan het leren omgaan met de gevolgen van TOS” (p. 115, Nvlf 2017).

Weer dacht ik: ‘daar moeten we iets mee…’ Gelukkig mailde Janneke in de zomer van 2018.

 

Janneke:

Esther was mijn taal- en spraakdocent op de logopedieopleiding. Ik was een laatbloeier en begon de opleiding op mijn 34e, maar besloot toch op het allerlaatste moment dat dit vak niet bij mij paste. Ik ging terug naar mijn tekentafel, mijn veilige haven.

Maar je studeert niet voor niets 5 jaar een vak, om vervolgens de kennis weg te gooien. De interesse was er nog steeds. Ik wilde erg graag mijn vergaarde kennis combineren met mijn andere liefde, illustratie.

 

Ik had het idee om een logopedisch prentenboek te maken. Ik had natuurlijk wel van alles geleerd op de opleiding, maar veel praktijkervaring had ik niet. Ik wilde zeker weten dat het een boek werd dat relevant, passend en kloppend zou zijn en Esther leek me de aangewezen persoon hiervoor. We besloten een boek over TOS te maken en dan voor de wat oudere basisschool kinderen. We wilden een boek maken dat kinderen uitnodigt om te praten over TOS, maar ook om bewustzijn te creëren over de gevolgen van TOS in hun communicatie met hun omgeving.

 

Het concept was snel besloten. Kaat heeft een monster in haar hoofd dat alles in de war gooit. Op deze manier kon ik de communicatieproblemen visueel maken waar Kaat tegenaan loopt. Maar daarnaast wilde ik een externe factor inzetten, om te benadrukken dat TOS wel in het kind zit, maar het kind niet TOS ís.

Esther:

Samen schreven we het verhaal, en Janneke zette alles om in prachtige illustraties. We kozen verschillende alledaagse situaties waarin Kaat last heeft van het monster en probeerden zo adequaat mogelijk te beschrijven wat er gebeurde en hoe Kaat zich voelde. En dat terwijl je rekening houdt met een doelgroep met taalproblemen. Ook wilden we de logopedist een rol geven in het geheel, maar wel zo dat het geen reclamepraatje werd. Heel vaak stuurden we het heen en weer naar elkaar en kundige collega’s keken mee. In totaal hebben we het geheel 9 keer herschreven. Ook hebben collega’s ons geadviseerd in de te doorlopen stappen tot uitgave. Heel fijn al die ondersteuning!

Juist toen we een eerste proefversie hadden,  en deze wilde gaan testen met een aantal logopedisten in de praktijk, werd het maart 2020 en moesten we even omdenken.

Janneke:

We hebben niet zelf met kinderen gelezen, maar een proefversie meegegeven aan logopedisten en ouders van TOSsers. Hun feedback was van onschatbare waarde. Het monster heeft een metamorfose ondergaan; in het begin was hij een pestkop die Kaat continu dwars zat door woorden op te eten of te versnipperen, maar geleidelijk werd hij vriendelijker. Nu is het een monster dat rommelig is, hij wil geen kwaad doen, maar weet niet hoe het anders moet. Hij heeft hulp nodig, net als Kaat.

 

Esther:

Het boek werd echt af met een inhoudelijke inleiding voorin en TOS Tips achterin. In de inleiding staat beknopt beschreven wat TOS is en welke gevolgen het heeft. Ook beschrijven we hoe het boek gebruikt kan worden. Achterin geven we een paar belangrijke tips. Op de website van Janneke hebben we een lijst geplaatst met informatiebronnen over TOS: www.jannekeipenburg.com

 

Janneke en Esther:

En daar is hij dan eindelijk, ons boek! Dankzij het Damsté-Terpstra fonds heeft het financieel tot stand kunnen komen.

Jeroen Hoogerwerf van Levendig Uitgever is met ons in zee gegaan en heeft er een hele mooie uitgave van gemaakt.

We zijn iedereen die hier direct of indirect aan meegeholpen heeft, zeer erkentelijk. We hopen dat het boek een plaats zal krijgen in de logopedie, op scholen en bij kinderen thuis. Het zou mooi zijn als kinderen met TOS zich realiseren dat ze niet de enige zijn en dat het ze handvatten geeft om te reflecteren op dat monster, dat wel hun leven beïnvloedt, maar hen niet definieert. En dat hun omgeving beter weet wat er met hen aan de hand is, hun handicap herkent en erover kan praten teneinde de kinderen beter te begeleiden in hun ontwikkeling.

Heb je interesse, klik hier.

 

Auteurs: Janneke Ipenburg en Esther van Niel. Illustrator: Janneke Ipenburg
32 pagina’s, hardcover | NUR 274 | ISBN 978 949 1740 93 0 | € 14,95 | Levendig Uitgever

 

 

 

 

 

Denk delen en ontvangen, Denk ondersteunen en ondersteuning krijgen, Denk samen sterker…

Denk Wij Logopedisten

1 antwoord

Trackbacks & Pingbacks

  1. […] Dit taalmonster leeft in het hoofd van Kaat en maakt daar een enorme rotzooi van haar taal. Op WijLogopedisten licht Janneke verder toe dat het monster een manier is om te benadrukken dat TOS een externe factor […]

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *