Jurreaans

Iedere logopedist die met kinderen werkt, komt  peuters en kleuters tegen, die moeite hebben met verstaanbaar spreken. Ze worden vaak wel door hun ouders begrepen (ook zonder woorden 😊), maar door anderen niet. Veel kinderen met spraaktaalproblemen blijven als het ware hangen in jonge klankprocessen, die doorgaans in de leeftijd van twee tot drie jaar weg-ontwikkelen. Ik verbaas mij er weleens over hoe hardnekkig deze klankpatronen kunnen zijn. Terwijl deze kinderen het verschil tussen de klanken die zij verwisselen feilloos horen bij anderen, is het o zo moeilijk om de fout-ingeslepen klankgewoonten te doorbreken.  Een voorbeeld uit de praktijk is een jongetje Jurre van  vier jaar. Jurre vervangt o.a. de /k/ door een /t/ en de /g/ door een /s/ door een fonologisch jong proces: fronting. Jurre is gek op zowel koekjes als toetjes, dus als hij om een ‘toetje’ vraagt, is het voor zijn omgeving altijd even inschatten wat hij bedoelt. Zijn ouders noemen zijn taaltje ‘Jurreaans’ en zijn klasgenootjes vroegen zich al af uit welk land Jurre zou komen. Niet -meteen- begrepen worden geeft steeds meer frustratie voor Jurre, maar ook gevoelens van machteloosheid bij de mensen die dicht om hem heen staan.

 

 

Brabbelen

Navragend bij ouders blijkt vaak dat kinderen met een  met een TOS (taalontwikkelingsstoornis)  in hun babyperiode weinig of weinig gevarieerd hebben gebrabbeld. Ze hebben dus ook weinig ervaringen opgedaan met het maken, ervaren en nadoen van verschillende klanken. Normaliter herhalen baby’s eindeloos klankenreeksen. Zij leggen met het brabbelen in reeksen zoals ‘tatatata’, ’ takakataka’  de basis voor de uitspraak van echte woorden later. Het is een oefening als van het bespelen van je eigen (muziek)instrument: ontdekken en inslijpen van mondbewegingen die horen bij de klanken die je maakt of die je wil nabootsen van wat je hoort aan (moeder)taal om je heen. Je denkt er niet bij na hoeveel mondbewegingen je maakt bij het spreken. Woorden die je in je hoofd hebt, worden automatisch gevormd in je mond. Om bijvoorbeeld  de klank /t/ te maken, zet je je tongpunt tegen de tandenrichel achter je boventanden en laat je met een plofje los.  Om de klank /k/ te maken, moet je juist de achterkant van je tong heffen tegen het zachte gehemelte en dan met een plofje loslaten. Jurre kneedde tongen van kneedgum in de juiste positie in krokodillenbekken, als voorbereiding op een luisteroefening bij logopedie. Hij kon hiermee  woorden met een /t/-klank of een /k/-klank  matchen met de krokodil, die zijn tong resp.  vóór of achter in zijn bek geheven had.

 

 

Babbelen

Jurre leerde het verschil horen tussen woorden met een /t/ en een /k/, bijvoorbeeld  tussen /taa/ en /kaa/, /toe/ en /koe/.  Omdat luisteroefeningen hoorbare en onhoorbare imitaties uitlokken, zei hij onbewust woorden na, waarbij tot grote vreugde en verbazing sommige woordjes zomaar goed gingen.   Onbekende  woorden, die de kinderen nog niet fout hebben aangeleerd, zeggen kinderen makkelijker goed na dan bekende woorden, waarvan de verkeerde uitspraak een gewoonte is geworden.  Het (na)zeggen van woorden zonder betekenis biedt, zoals bij brabbelen gebeurt,  de mogelijkheid om juiste klankpatronen in te slijpen.  Alleen is dit niet zonder meer toe te passen bij peuters en kleuters. Het herhalen moet een leuk of spannend doel dienen, zoals maken van natuur- of cultuurgeluiden of toverspreuken opzeggen. Daarnaast willen we de kracht van de herhaling gebruiken om de oefenklanken in het repertoire van het kind te automatiseren.

 

Zingen

Kinderen herhalen graag activiteiten die plezier geven en succeservaringen genereren. Zingen is voor veel kinderen zo’n activiteit. Hierop voortbordurend is het idee ontstaan om bij het lied  ‘Ik zag 2 beren broodjes smeren’ de reeksen ‘hihihi hahaha’ uit te breiden met allerlei spraakklanken.  Met dit lied wordt het brabbelprincipe passend bij de leeftijd in een context geplaatst.

Om het leuk te houden, moet het variëren  niet te lang duren. Er  moet dus een keuze gemaakt worden tussen de klankvariaties, waarbij ‘moeilijke’ en ‘makkelijke’ klanken elkaar afwisselen.  Sommige kinderen hebben een helpende instructie nodig, bijvoorbeeld ‘kriebelgeluidje in je keel’  bij ‘gigigi gagaga’ of  feedback (‘voel maar aan je keel, of bij mama’). Jurre wilde graag wat regie bij het zingen en koos vaak de volgorde van de plaatjes, die de variaties op ‘hihihi hahaha’ visualiseerden.

 

Overal

Vanwege de broodnodige herhalingsmomenten voor het inslijpen van spraakklanken is het  aan te raden  om het lied met een aantal variaties in zoveel mogelijke settingen te zingen. Dus niet  alleen bij logopedie, maar ook thuis en in groepsverband op school en/of bij de kinderopvang.  Een leuke toepassing In de groep is, dat kaartjes met de mondstanden en de letters van de variaties verdeeld worden onder de kinderen. De kinderen kunnen om de beurt hun kaartje laten zien aan de groep om gezamenlijk de betreffende variatieklank in te zetten of zelf de variatieklank zingen.

De tekst van het ‘berenlied’ leent zich om in te spelen op interesses van kinderen en op allerlei thema’s van scholen of kinderopvanginstellingen. Hiermee wordt de begintekst actueel en wisselend  gemaakt en dus interessanter. De concept met  variaties op ‘hihihi hahaha’ met verschillende spraakklanken of zelfs met medeklinkerclusters  zoals ‘spi-spi- spi-spa spa spa’ kan hierbij voortgezet worden.

 

(Kleur)boek met variaties

Vanuit het idee is in samenwerking met Niña van Wermeskerken een liedjesboek  ontwikkeld  met een uitknipblad met de variaties op hihihi hahaha. Op de voorkant de klanken enkelvoudig en op de achterkant in medeklinkerclusters. Dit blad kan telkens bij de liedjes genomen worden. Van elk lied is een vrolijke illustratie van Barbara van Dorst  in een kleurenversie en een zwart-wit versie om zelf in te kleuren. Het boek is binnenkort  te koop in de webshop van Wij Logopedisten, het kennis- en innovatieplatform voor en door logopedisten!

Reeds te koop de 4 miniposters van Spraaktaalinzicht, tijdens het NVLF congres met korting bij de stand van Zo gezegd, zo gedaan.

 

PS Jurre heeft laatst op koeken getrakteerd…….

 

Jolanda de Wit

De Wit Logopedie

Denk delen en ontvangen, Denk ondersteunen en ondersteuning krijgen, Denk samen sterker…

Denk Wij Logopedisten

6 antwoorden
  1. Heleen Gorter
    Heleen Gorter zegt:

    Wij hebben heel veel met onze zoon gezongen. Vooral de K3 liedjes van zijn zus waren favoriet, ‘later wil ik koningin zijn in een lililali, lililali, lollypop land!’ eerst heel langzaam maar steeds een beetje meer op tempo.

    Beantwoorden

Plaats een Reactie

Meepraten?
Draag gerust bij!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *